Waarom API’s een geliefd doelwit zijn voor aanvallers

09/02/2026

API’s vormen het kloppend hart van moderne applicaties. Webshops, mobiele apps, SaaS-platformen en interne systemen communiceren vrijwel uitsluitend via API’s. Bestellingen, gebruikersgegevens, betalingen en autorisaties lopen allemaal via deze digitale koppelingen.

En juist daarom zijn API’s een geliefd doelwit voor aanvallers.

Niet omdat API’s per definitie onveilig zijn, maar omdat ze vaak worden gebouwd met aannames die in de praktijk niet standhouden. Aannames die logisch zijn voor ontwikkelaars, maar aantrekkelijk voor aanvallers.

In dit artikel leggen we uit waarom API’s zo vaak misbruikt worden, welke denkfouten hieraan ten grondslag liggen en waarom veel beveiligingsmaatregelen schijnveiligheid bieden.

API’s zijn onzichtbaar – en dat is precies het probleem

Voor veel organisaties voelt security concreet bij wat zichtbaar is:
de website, het loginformulier, het adminpanel.

API’s werken anders. Ze hebben geen interface, geen knoppen, geen waarschuwingen. Ze draaien stil op de achtergrond en doen “gewoon hun werk”. Daardoor verdwijnen ze vaak uit het zicht van zowel business als management.

Maar voor een aanvaller geldt het tegenovergestelde:
API’s zijn juist het interessantst, omdat ze direct toegang bieden tot data en functionaliteit.

Waar een frontend beperkingen oplegt, doet een API precies wat je vraagt, zolang de backend het accepteert.

De grootste misvatting: “de frontend regelt de beveiliging wel”

Een van de meest voorkomende denkfouten bij API-ontwikkeling is deze:

“De gebruiker kan dit niet doen, want de frontend staat het niet toe.”

Voor normale gebruikers klopt dat. Voor aanvallers niet.

Een aanvaller gebruikt de frontend niet. Die stuurt zelf requests naar de API en kan daarbij:

  • parameters aanpassen;
  • ID’s verhogen of verlagen;
  • requests herhalen of combineren;
  • calls uitvoeren die nooit in de UI zijn voorzien.

Als de API niet zelfstandig controleert of een actie is toegestaan, ontstaat er direct risico. Dit zien we vooral bij:

  • object-level autorisatie (toegang tot andermans data);
  • role-based logica;
  • business rules die alleen client-side zijn afgedwongen.

Dit soort issues blijft vaak onopgemerkt, totdat iemand ze doelbewust gaat testen.

Tokens zijn geen beveiliging (maar dat voelt vaak wel zo)

Veel API’s maken gebruik van tokens: JWT’s, API-keys, OAuth-access tokens. En zodra die zijn geïmplementeerd, ontstaat er een gevoel van veiligheid.

“We hebben authenticatie, dus we zitten goed.”

Maar authenticatie is slechts de eerste stap. De echte vraag is:

Wat mag iemand doen met dit token?

In de praktijk zien we vaak:

  • tokens met te ruime rechten;
  • onvoldoende controle per endpoint;
  • geen binding tussen token en specifieke resources;
  • geen checks op context of rol.

Een geldig token opent dan niet alleen de voordeur, maar ook kamers die nooit bedoeld waren voor die gebruiker.

Dit soort fouten zijn zelden zichtbaar in standaard scans, maar komen wél naar boven wanneer API-logica actief wordt misbruikt.

API’s falen zelden technisch, maar logisch

Wat opvalt bij API-kwetsbaarheden:
ze zijn vaak niet technisch complex.

Geen obscure exploits. Geen zero-days.

Het gaat meestal om:

  • verkeerde aannames;
  • ontbrekende controles;
  • logica die functioneel klopt, maar security-wise faalt.

Bijvoorbeeld:

  • een endpoint dat “alleen voor admins” bedoeld is, maar dat niet afdwingt;
  • een update-call die geen controle doet op ownership;
  • een filter die client-side wordt toegepast, maar server-side ontbreekt.

Voor ontwikkelaars logisch. Voor aanvallers een cadeautje.

API’s maken misbruik schaalbaar

Wat API-kwetsbaarheden extra gevaarlijk maakt, is schaalbaarheid.

Een fout in de frontend levert misschien één account op.
Een fout in de API kan leiden tot:

  • het uitlezen van duizenden records;
  • massale datalekken;
  • geautomatiseerd misbruik via scripts;
  • complete datasets in korte tijd.

Een aanvaller hoeft maar één keer te begrijpen hoe een endpoint werkt. Daarna is herhaling triviaal.

Dat maakt API’s bijzonder aantrekkelijk voor aanvallen die gericht zijn op:

  • data-exfiltratie;
  • fraude;
  • misbruik van functionaliteit.

Waarom API’s vaak buiten pentests vallen

Opvallend genoeg worden API’s regelmatig niet of beperkt getest. Redenen die we vaak horen:

  • “De API is intern.”
  • “Die wordt alleen door onze app gebruikt.”
  • “We testen de webapplicatie al.”
  • “De API valt buiten scope.”

In de praktijk zijn dit precies de API’s waar het misgaat.
Intern betekent niet veilig. Alleen gebruikt door de app betekent niet afgeschermd. En een webapplicatie-pentest raakt API-logica vaak slechts oppervlakkig.

Daarom is het belangrijk om API’s expliciet te testen als zelfstandig aanvalsoppervlak, bijvoorbeeld via een gerichte API pentest.

Waarom vulnerability scans API-risico’s missen

Veel organisaties vertrouwen op vulnerability scanners om inzicht te krijgen in hun beveiliging. Die tools zijn waardevol, maar hebben een fundamentele beperking:

Ze kijken naar bekende patronen, niet naar bedoeld gedrag.

API-kwetsbaarheden draaien juist om:

  • autorisatie;
  • context;
  • business rules;
  • misbruik van legitieme functionaliteit.

Dat kun je niet detecteren met een scan die alleen responses vergelijkt of signatures herkent. Daarvoor moet iemand de API begrijpen, manipuleren en misbruiken; precies wat een aanvaller ook doet.

API’s als schakel in grotere aanvalspaden

API-kwetsbaarheden staan zelden op zichzelf. In de praktijk zien we ze vaak als onderdeel van bredere aanvalspaden, bijvoorbeeld:

  • toegang via een API → escalatie naar cloud resources;
  • misbruik van API-keys → toegang tot backend services;
  • API-data → verdere laterale beweging binnen het netwerk.

Juist die samenhang maakt API-risico’s lastig te beoordelen zonder context. Daarom worden API’s steeds vaker betrokken in bredere securitytrajecten, zoals cloud pentests of netwerk pentests, waarin aanvalspaden centraal staan.

Wat organisaties vaak onderschatten

De kern van het probleem is niet techniek, maar mentaliteit.

API’s worden gezien als:

  • een implementatiedetail;
  • iets voor developers;
  • “al geregeld”.

Maar voor aanvallers zijn API’s:

  • directe ingangen;
  • logische structuren;
  • perfect geschikt voor automatisering.

Zolang organisaties API-security benaderen als bijzaak, blijven API’s een aantrekkelijk doelwit.

Conclusie: API’s vragen om een andere manier van testen

API’s zijn geen bijproduct van applicaties. Ze zijn de applicatie.

Dat vraagt om:

  • expliciete aandacht;
  • realistische tests;
  • focus op misbruikscenario’s in plaats van vinkjes.

Een API pentest laat niet alleen zien dat er iets mis kan gaan, maar vooral:

  • wat een aanvaller kan bereiken;
  • hoe eenvoudig dat is;
  • welke impact dat heeft op data en processen.

Organisaties die API’s serieus nemen als aanvalsoppervlak, verkleinen hun risico’s aanzienlijk. Organisaties die dat niet doen, ontdekken vaak pas hoe belangrijk API’s zijn wanneer het al mis is gegaan.